Elk dorp verdient zijn eigen Wouter Deprez

Ze popten zomaar op in mijn hoofd, de grote mensen die ík kende toen ík klein was. Tuur, de fietsenmaker die op zijn sigaar kauwde en voor een habbekrats je fiets herstelde terwijl je wachtte. Marie-Madeleine die zonder uitzondering de plaatselijke Spar ook op zon- en feestdagen openhield en haar eerste Walter, een man met een uitzonderlijk hoog passiviteitsgehalte, inruilde voor een andere Walter, met zijn weelderig borsthaar een toonbeeld van viriliteit. En pastoor Pol, wiens liefde voor Vera de goedkeuring van de gehele parochie wegdroeg en in wiens gezellige woonkamer ik om de veertien dagen naar de ‘lering’ ging.

De kerstvakantie bleek de periode bij uitstek om richting de Sint-Pietersabdij in Gent te trekken en daar, gewapend met een audiofoon, de bordkartonnen kindertijd van Wouter Deprez te ontdekken in de tentoonstelling ‘Grote mensen die ik kende toen ik klein was’. Aan de ingang was een klein woordje uitleg nodig: ‘Je begint bij nummer één. Daarna ga je de zaal in. Daar is er geen logica meer.’ Ik vond dat een fijne laatste zin, schoner had de suppoost het niet kunnen zeggen. Laat maar komen, dacht ik, laat die verhalen mij maar overspoelen zoals zij er zin in hebben. Ik volg wel.

In zijn gezapig West-Vlaams, met woorden die me soms enkel vaag bekend voorkwamen, zette Wouter Deprez gesproken portretten van de grote mensen die híj kende toen híj klein was neer. Uiteraard is er de kenmerkende humor van Deprez die deze verbale tentoonstelling een bijzonder karakter geeft. Maar er is meer.

Deprez blikt niet alleen terug in een louter beschrijvende stijl. Als de grote mens die hij tegenwoordig ook is, kent hij elk van de tentoongestelde figuren de betekenis die ze voor hem gehad hebben toe. Dat doet hij feilloos in de laatste zinnen van elk van zijn portretten. Daardoor wandel je niet enkel met een grote glimlach door de zaal, maar ook met een diep gevoel van respect voor ‘de kleine man’. Zo zie je maar, ons dagdagelijkse leven heeft zin.

Elk dorp verdient zijn eigen Wouter Deprez. Misschien is het wel iets voor jou? Misschien duik jij wel graag in je eigen leven om autobiografische verhalen te schrijven. Kijk even in de kalender op de website om de data van de opleiding ‘autobiografische kortverhalen’ te checken. Wie weet schrijf jij binnenkort ook wel verhalen over dingen die je zelf hebt meegemaakt, met aan het einde een twist om de zin ervan onmiskenbaar weer te geven.

Het woord is van u: welkom!

Ik ben op zijn zachtst gezegd geen krak in meditatie. ‘Breng je gedachten tot zwijgen.’ Ik zou niet weten hoe het moet. In mijn hoofd is het nooit rustig. Woorden buitelen door elkaar heen, vullen elkaar aan, spreken elkaar tegen, springen acrobatisch van de hak op de tak, overdrijven, schieten tekort, proberen het leven te vatten.

Meestal wil ik mijn woorden graag met andere mensen delen: het woord is van mij, maar voor u bedoeld. Niet zelden is er dan meer nodig dan de wirwar in mijn hoofd: structuur, een zekere duiding, een anekdote als voorbeeld, een synoniem, een tegenstelling, … of een heel verhaal, dat van mezelf of eentje dat ik verzonnen heb.

Woorden als middel om met jezelf en met de anderen te verbinden, dat is wat ‘het woord is van u’ wil doen. Wees welkom.